skip to Main Content
Afspraak of algemene vragen: 0493 310 309 In geval van spoed, bevalling of thuiskomst uit het ziekenhuis: 0610547026

Onderzoeken

Tijdens de zwangerschap kun je kiezen voor prenatale screening, namelijk de combinatietest of NIPT en het structureel echoscopisch onderzoek,

Screening

Bloedonderzoek

Na de eerste controle krijg je een laboratoriumformulier mee om bloed af te nemen vóór 12 weken. Het bloed wordt onderzocht op:

  • Bloedgroep
  • Rhesus-D-factor
  • Rhesus-c-factor
  • Irregulaire antistoffen
  • Hepatitis B (leverziekte)
  • Lues (syfilis) (geslachtsziekte)
  • HIV
  • Hemoglobinegehalte  (ijzergehalte)
  • Evt. Glucose  (bloedsuikergehalte)

Deze onderzoeken worden standaard uitgevoerd, tenzij je er bezwaar tegen hebt. Een normale uitslag van het bloedonderzoek krijg je te horen tijdens de tweede controle. Mochten de bloeduitslagen afwijkend zijn en het noodzakelijk is dat je hierover eerder op de hoogte wordt gesteld, dan nemen we contact met je op.

Combinatietest

In de zwangerschap is het mogelijk om een persoonlijk risico op een kind met het Downsyndroom, syndroom van Edwards en syndroom van Pateau te laten bepalen.
Een kind met het Downsyndroom heeft een chromosoom te veel (trisomie 21). Mensen met het Downsyndroom hebben een verstandelijke handicap en in een aantal gevallen ook lichamelijke afwijkingen (bijvoorbeeld een hartafwijking).
Het syndroom van Edwards (trisomie 18) en het syndroom van Pateau (trisomie 13) zijn ernstigere aandoeningen en zijn meestal niet met het leven verenigbaar.
Het risico op het krijgen van een kind met het syndroom van Down neemt toe met de leeftijd: hoe ouder een aanstaande moeder is hoe groter het risico op een kind met het syndroom van Down. Een groter risico betekent dus niet dan de kans groot is, maar dat de kans verhoogt is.
De combinatietest bestaat uit twee onderzoeken, namelijk een echo (nekplooimeting) en een bloedonderzoek bij de moeder.
Vroeg in de zwangerschap (vanaf 11+4 weken tot 14 weken) kan met behulp van een echoscopisch onderzoek de nekplooi (vochtlaagje onder de huid in de nek van het kindje) worden gemeten. Bij een verdikte nekplooi stijgt de kans op het Downsyndroom.
Het bloed wordt afgenomen wanneer je de afspraak hebt voor de nekplooimeting. De waarden van sommige stoffen in het bloed van de moeder kunnen in verband worden gebracht met chromosomale afwijkingen bij het kind.
De combinatie van de nekplooimeting, het bloedonderzoek, leeftijd van de moeder en de zwangerschapsduur geven samen informatie over de kans op het krijgen van een kindje met het syndroom van Down, Pateau- of Edwards (of andere chromosomale afwijkingen). We noemen deze test daarom een kansberekenende/risicoschattende test.

We spreken van een verhoogd risico indien de uitslag van de test een kans aangeeft die groter dan of gelijk is aan 1:200. Stel je hebt een verhoogd risico. Je kunt dan kiezen uit:

  • Geen vervolgtest laten doen
  • Vervolgonderzoek
    • Niet Invasieve Prenatale Test (NIPT)
    • Vlokkentest of vruchtwaterpunctie

De combinatietest kost ongeveer 170 euro en wordt meestal niet vergoed door je zorgverzekeraar. Bij een medische indicatie wordt deze wel vergoed.
Als uit de uitslag van een combinatietest blijkt dat er sprake is van een verhoogd risico op het krijgen van een kind met trisomie 21, 13of 18 dan vallen de kosten van vervolgonderzoek (NIPT, vlokkentest en vruchtwaterpunctie) onder de zorgverzekering, maar gaan ten koste van het eigen risico.
Mocht je willen weten of de combinatietest of NIPT door je zorgverzekeraar wordt vergoed, raadpleeg dan je polis en/of de site van je zorgverzekeraar.

NIPT                                                                                                                                         

Vanaf 1 april 2017 hebben zwangeren de mogelijkheid te kiezen voor de NIPT (niet-invasieve prenatale test) als eerste test voor prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom. Dat betekent dat als je besluit deel te nemen aan de screening op trisomie 13, 18 en 21 je kunt kiezen voor de combinatietest óf de NIPT.

De NIPT is een test waarbij het bloed van de moeder wordt gebruikt om in het laboratorium te testen of het ongeboren kind mogelijk down- edwards- of patausyndroom heeft en kan vanaf 11 weken worden uitgevoerd.

Deze test wordt in Nederland alleen aangeboden in het kader van de TRIDENT-2 studie.
Je kunt dus alleen aan de NIPT deelnemen als je ook deelneemt aan deze studie.
De NIPT moet je altijd zelf betalen en kost rond 175 euro.

De uitslag van de NIPT kan afwijkend of niet-afwijkend zijn.
Bij een niet-afwijkende uitslag van de NIPT zijn er geen aanwijzingen dat uw kind trisomie 21, 18 of 13 heeft. Bij een niet-afwijkende uitslag wordt vervolgonderzoek niet geadviseerd.

Bij een afwijkende uitslag van de NIPT zijn er sterke aanwijzingen dat je ongeboren kindje een trisomie 21, 18 of 13 heeft. NIPT biedt geen 100% zekerheid. Om zekerheid te krijgen is daarom een vlokkentest of vruchtwaterpunctie nodig. Of je een afwijkende NIPT uitslag laat bevestigen is aan jou. Echter, als je bij een afwijkende uitslag van de NIPT kiest voor beëindiging van de zwangerschap, is bevestiging met een vlokkentest of vruchtwaterpunctie altijd nodig.

Op www.meerovernipt.nl vind je informatie over wat deelname aan de TRIDENT studie betekent.
Op www.onderzoekvanmijnongeborenkind.nl vind je meer informatie over de combinatietest en NIPT.

20- weken echo

Elke zwangere vrouw heeft het recht op een structureel echoscopisch onderzoek. Het doel van deze echo is het opsporen van mogelijke lichamelijke afwijkingen van het kind. Gelukkig worden de meeste kinderen gezond geboren en zal je meestal gerustgesteld zijn na deze echo. Echter de uitslag kan ook verontrustend zijn en je voor moeilijke keuzes stellen. Je bepaalt zelf of je het onderzoek wilt en of je bij een ongunstige uitslag verder onderzoek wilt laten verrichten. De echo vindt plaats rond 20 weken, vandaar dat dit onderzoek ook vaak de 20-wekenecho wordt genoemd. Bij dit gunstige termijn is het kind nog in zijn geheel zichtbaar en zijn de organen goed te zien. Daardoor zijn veel afwijkingen juist in deze periode in principe zichtbaar.
De 20-weken echo is geen garantie voor een gezond kind. Niet alle afwijkingen worden gezien op de echo.
Tijdens de tweede controle zullen we je hierover meer uitleg geven en ontvang je een folder met uitleg over deze echo. We zullen je vragen om deze folder, alvorens de 20-weken echo,  door te nemen.

Zie folder voor meer informatie.

 

Vervolgonderzoeken

Vlokkentest

Bij dit onderzoek wordt er via de vagina of via de buikwand een klein stukje placentaweefsel afgenomen. De vlokkentest vindt meestal plaats tussen de 11 en 14 weken. Bij de vlokkentest is er een miskraamrisico van ongeveer 0.5% (5 op 1000).

Vruchtwaterpunctie

Bij een vruchtwaterpunctie wordt vruchtwater afgenomen en onderzocht. Hierbij wordt via de buik, vruchtwater uit de baarmoeder opgezogen met een naald. Het onderzoek wordt verricht na 15 weken. Bij de vruchtwaterpunctie is er een miskraamrisico van ongeveer 0.3% (3 op 1000).

De vlokkentest en vruchtwaterpunctie wordt alleen op indicatie verricht. Voorbeelden van indicaties zijn; verhoogde kans bij combinatietest, eerder kindje met trisomie 13, 18, 21, ICSI, indicatie voor DNA onderzoek en echomarkers (iets wat gezien is op de echo en wat kan wijzen op een verhoogde kans op een bepaalde afwijking bij het kind).

Echo’s

Bij een echo worden er onhoorbare geluidsgolven de buik ingestuurd en worden teruggekaatst. Elk weefsel kaatst het geluid op een andere manier terug, waardoor het wordt omgezet in beeld. Tot nu toe zijn in de praktijk en uit wetenschappelijk onderzoek geen nadelige of schadelijke invloeden van een beperkt aantal echo’s in de zwangerschap gebleken. Echoscopie wordt daarom als ongevaarlijk voor de zwangere en het kind beschouwd.
De volgende echo’s kunnen worden gemaakt tijdens je zwangerschap:

  • Vroege echo rond 7-9 weken
  • Termijnecho rond 10-12 weken om de zwangerschapsduur mede vast te stellen
  • Indien gewenst de nekplooimeting (combinatietest)
  • Structureel Echoscopisch Onderzoek rond 20 weken.
  • Liggingsecho bij 34-36 weken
  • Echo op medische indicatie. Bijvoorbeeld een groeiecho, placentalokalisatie of revisie 20-weken echo.

Vroege echo 

De vroege echo wordt rond 7-9 weken gemaakt op de praktijk door één van de verloskundigen, namelijk Esmee Bakker. Het vruchtje is nog te klein om de echo via de buikwand te maken en daarom wordt er een vaginale echo gemaakt. Voor dit onderzoek is het handig om een lege blaas te hebben. Bij het maken van de eerste afspraak (intake), zal de assistente, indien gewenst, deze echo inplannen.

Termijnecho

Tijdens de termijnecho wordt er vastgesteld hoever je zwanger bent en wordt de uitgerekende datum nauwkeurig vastgesteld. Het is gebleken dat in de meeste gevallen dit betrouwbaarder is dan een uitgerekende datum op basis van de eerste dag van de laatste menstruatie. Dit geldt niet voor zwangerschappen die tot stand zijn gekomen middels  IUI/IVF/ICSI. De termijnecho wordt het liefst tussen de 10 en 12+6 weken uitgevoerd en ook deze echo wordt gemaakt op de praktijk bij Esmee.

Nekplooimeting

Indien gewenst kun je een nekplooimeting laten uitvoeren. Deze echo is een onderdeel van de combinatietest. Deze zwangerschapsscreening is eerder in dit hoofdstuk toegelicht.

Liggingsecho 

Deze echo, zoals de naam ook zegt, is om de ligging van het kind te bepalen. Ook wordt er bij deze echo de groei gemeten en de hoeveelheid vruchtwater bepaald. Het onderzoek zal plaatsvinden rond 34 weken als het je eerste kind is en rond 35-36 weken indien het je tweede kind of meer is.

De echo’s (behalve de vroege-en termijnecho’s) worden in echocentrum de Peel gemaakt.

×Close search
Zoeken